In 1964 verscheen de eerste druk van Ik Jan Cremer. 'De onverbiddelijke bestseller' stond bij voorbaat al op het omslag. Deze bewering was zonder meer juist, maar de provocerende manier waarop de auteur zich presenteerde, riep in het keurige Nederland veel kritiek op. Nog in hetzelfde jaar verliet Cremer het land dat inmiddels te klein voor hem was. In Amerika, Canada en diverse Europese landen bouwde hij een carrière op als schilder, schrijver, fotograaf en acteur. Jan Cremer - een leven lang belicht zijn veelzijdige oeuvre.
In de serie Een Leven Lang verschijnen portretten van Nederlandse auteurs. In elk luisterboek is een door NPS Radio uitgezonden radio-interview met de auteur te beluisteren, waarin levensloop, ideeën en inzichten de revue passeren.
Voor iedereen met interesse in de Nederlandse literatuur.
Het portret van Jan Cremer uit de NPS-radioserie Een Leven Lang werd uitgezonden op 15 november 2001.
Over de auteur
Schrijver en beeldend kunstenaar Jan Cremer (1940) stamt van vaderszijde uit een familie van hoefsmeden en beroepsmilitairen uit Pruisen en Hessen, zijn moeders familie is afkomstig uit Hongarije. Korte tijd volgde hij een opleiding aan de Academie voor Beeldende Kunst in Arnhem. Als schilder kreeg hij snel erkenning met zijn peinture barbarisme', intussen reist hij veel en woont overal.
In 1964 verscheen zijn eerste roman, Ik Jan Cremer. Het boek is een soort autobiografie, een moderne schelmenroman over het woelige leven van Cremer zelf. Al eerder hadden zijn uitspraken de emoties al doen oplopen, maar bij de verschijning van 'de onverbiddelijke bestseller' was de rel compleet. In het gereformeerde Nederland van de jaren zestig werd Cremer gezien als een staatsgevaarlijk individu, een slecht voorbeeld voor de jeugd dat dierlijke driften bij zijn publiek losmaakte. Tegelijk werd hij geprezen door beroemde collega's zoals Willem Frederik Hermans.
Voor het zover was kwam Ik Jan Cremer Tweede Boek uit (1966), dat eveneens een groot succes was en wereldwijd werd vertaald. Gezien de controverse rond de aan Cremer toegekende Amsterdamse Prozaprijs 1967, bleken de reacties weer ver uiteen te lopen. Vanaf 1970 combineerde zijn werk met zijn reis- en zwerflust. Zes maanden per jaar reisde hij, de andere maanden verdeelde hij zijn tijd tussen schrijven en schilderen. Vele van zijn reizen zijn een reconstructie van de trektocht van de Hunnen onder Attila en de Mongolen onder Djenghis Khan. Cremers fascinatie met dit onderwerp leidde tot de roman De Hunnen (1983).
Van recentere datum zijn onder meer de uitgaven De wilde horizon (reisverhalen, 2003), Verloren gedichten (2004), Brieven 1956-1996 (2005, bezorgd door Hans Sleutelaar), De Cremer Tapes (autobiografie aan de hand van teruggevonden aantekeningen en interviews, 2006). In het voorjaar van 2008 verscheen, 44 jaar na zijn eerste onverbiddelijke bestseller, het nieuwe deel van de autobiografische romancyclus: Ik Jan Cremer Derde Boek. Het is een rauw en openhartig verslag van de keerzijde van het grootste succes dat de Nederlandse literatuur in de jaren zestig heeft gekend. |