Frédéric Bastet is vooral bekend geworden door zijn biografie van Louis Couperus, verschenen in 1987, en de reeks Wandelingen door de antieke wereld. Men kan De grote wandeling zien als een literaire rapsodie van alle genres die hij ook verder heeft beoefend.
Vele vooraanstaande tijdgenoten spelen daarin een rol, van prinses Juliana tot Melina Mercouri, van Pyke Koch tot Hans Henkemans, van Gerard Reve tot Boudewijn Büch. Samen vormen deze figuren een fascinerend panorama van de Nederlandse cultuur in de twintigste eeuw.
Over de auteur
Frédéric Bastet (1926-2008) was archeoloog. Hij was als lector en hoogleraar aan de Rijksuniversiteit van Leiden verbonden en werd in 1976 conservator van de klassieke afdeling in het Rijksmuseum van Oudheden aldaar.
Hij schreef fundamentele studies over de Derde Pompejaanse Stijl - antieke schilderkunst is zijn specialisme - en over de klassieke sculpturen in zijn museum. Daarnaast publiceerde hij populair-wetenschappelijke boeken, waarvan zijn Wandelingen door de antieke wereld het bekendst zijn geworden. Naast proza heeft hij een aantal bundels gedichten op zijn naam staan. Met de biografische studie Mr. Carel Vosmaer (onlangs herdrukt onder de titel Met Carel Vosmaer op reis) zette hij destijds de eerste stappen op het pad van de literaire levensbeschrijving. Een pad dat ook toen al naar Louis Couperus bleek te leiden. In 1980 verscheen Een zuil in de mist, waarin Frédéric Bastet een aantal essays over Louis Couperus bundelde. |